TEMSE – Het Oost-Vlaamse Biolectric, dat biogascentrales bouwt die energie halen uit koeienmest, heeft een groot contract gesloten met het Nederlandse Friesland Campina.

Friesland Campina, een van de vijf grootste zuivelcoöperaties ter wereld, wil de impact van haar zuivelproductie op het milieu drastisch verlagen. Het is algemeen bekend dat het methaangas afkomstig van koeien een heel negatieve impact heeft op het milieu. Om de CO2-uitstoot bij zijn melkveebedrijven te verminderen heeft het nu een contract gesloten met Biolectric.

Dit bedrijf uit het Oost-Vlaamse Temse produceert compacte biogasinstallaties die koeienmest omzet in energie. Friesland Campina heeft er twee besteld, maar op lange termijn is het de bedoeling dat de Biolectric-installatie bij maar liefst duizend Nederlandse boeren wordt geïnstalleerd.

Voor het in 2011 opgerichte Biolectric betekent het contract een belangrijke stap in zijn verdere internationalisering. Biolectric is al actief in 11 landen en plaatste al meer dan 180 installaties, goed voor een omzet van 6,4 miljoen euro. Maar met Friesland Campina krijgt het er een belangrijke referentie bij.

Professioneler

“We werken normaal met industriële boeren. Nu is het heel grote groep”, zegt Philippe Jans, die Biolectric met zijn eigen centen oprichtte. “Het contract is natuurlijk goed voor onze omzet. We hebben lang aan de voorbereiding van het contract gewerkt. Het heeft ons ook een stuk professioneler gemaakt. We bouwden eerst twee testinstallaties en daarna hebben we die met de mensen van Campina verbouwd en aangepast aan hun noden. Dat heeft er voor gezorgd dat we van een eerder ‘amateuristische aanpak’, als ik het zo oneerbiedig mag zeggen, zijn opgeschoven naar een veel professionelere aanpak.”

Friesland Campina gaat nu in fases de 1.000 installaties bestellen en richtte voor het project de coöperatie Jumpstart op, die de boeren zal begeleiden bij het plaatsen en gebruiken van de installaties.

 

Mestvergister

Jans, een burgerlijk ingenieur van opleiding, sleutelde jaren aan zijn installatie. De boer moet zijn verse mest in de grote ronde ‘vergister’ pompen, waar het via bacteriën wordt omgezet in gas. Dat biogas wordt dan via een verbrandingsmotor omgezet in energie. Energie die kan gebruikt om de stallen en de boerderij te verwarmen. Wat overblijft van de mest, wordt uitgestrooid over de velden.

De kleinste installatie van Biolectric kan 80.000 kilowattuur stroom leveren, 20 keer het verbruik van een gemiddeld gezin. De investering van een installatie schommelt tussen 100.000 en 230.000 euro, afhankelijk van het vermogen. Evenveel als de aankoop van een tractor. Dat bedrag is volgens Jans makkelijk in vier tot vijf jaar terugverdiend via groenestroomcertifikaten en de terugdraaiende elektriciteitsmeter.

Een installatie zorgt voor 413 ton C02-reductie, het equivalent van 230 minder auto’s op de weg. Ter info: de vergister kan met één koe het equivalent van 410 liter diesel aan energie produceren. Drie koeien kunnen een familie gedurende een jaar van groene stroom voorzien.

Groei met 50 procent

Biolectric heeft momenteel 300 bestellingen in portefeuille en groeide de afgelopen drie jaar jaarlijks met 50 procent in omzet. Dit jaar wordt gemikt op bijna 10 miljoen.

Vorig jaar verhuisde het bedrijf naar een grotere ruimte in Temse waar jaarlijks een 250 installaties per jaar kunnen worden gebouwd. “Vorig jaar hebben we voor het eerst winst geboekt”, zegt Jans fier. “We hebben ook een groot deel van onze schulden terugbetaald en zijn quasi schuldenvrij.”

Biolectric telt 29 werknemers en is voor meer dan 50 procent in handen van Jans. Het investeringsfonds van de familie Westerlund heeft circa 40 procent. Het management en bestuursleden 9 procent.