De Europese Commissie betaalt de helft of 650.000 euro van een studie ter verbetering van de spoorinfrastructuur in en tussen de havengebieden van Terneuzen en Gent. De aanvragers Zeeland Seaports, Havenbedrijf Gent, gemeente Terneuzen en provincie Zeeland betalen samen met provincie Oost-Vlaanderen en stad Gent het resterende bedrag.

In het kader van de gezamenlijke spoorstrategie van Havenbedrijf Gent en Zeeland Seaports zijn de spoor-bottlenecks in kaart gebracht. Het gaat om de Sluiskilbrug (NL), de Wiedauwkaaibrug (B), de bundels Sas van Gent (NL) en Zandeken (B) en het vormingsstation Gent-Zeehaven (B). De missing link aan de oostzijde van het kanaal wordt als grootste bottleneck gezien, en bij Gent-Zeehaven is behoefte aan langere sporen. “Bedrijven in de grensoverschrijdende regio Gent – Terneuzen ondervinden concurrentienadelen door langere reistijd en extra kosten die gemaakt moeten worden”, zegt Daan Schalck, ceo Havenbedrijf Gent.

Het Havenbedrijf Gent en Zeeland Seaports hebben allebei stevige ambities op het gebied van duurzaamheid. “Een betere spoorinfrastructuur speelt een belangrijke rol bij een duurzame modal split, omdat er een verschuiving van wegtransport naar het spoor plaats kan vinden. Daarnaast vergroot de aanwezigheid van voldoende en betrouwbaar spoor de concurrentiepositie van de bedrijven in de haven en worden de havens nog aantrekkelijker als vestigingslocatie voor bedrijven.”

De studie heeft via een consortium van bedrijven en overheden een zeer breed draagvlak. ProRail, Infrabel, Outokumpu, YARA, Vlaeynatie, Verbrugge, OVET, BZW, Portiz, EVO Fenedex, KNV, VEGHO-VOKA, het Vlaamse Departement van Mobiliteit en Openbare Werken, Euregio Scheldemond en de gemeente Zelzate hebben actief richting de Europese Commissie het belang van deze studie onderstreept. Ook de Belgische Federale overheid en het Nederlandse ministerie voor Infrastructuur en Milieu hebben de Europese Commissie laten weten positief te staan tegenover de studie.