VLAM heeft zopas de nieuwe namen bekend gemaakt van traditionele Vlaamse producten die erkend worden als streekproducten. Liefst vier lekkere gebakken uit Oost-Vlaanderen vielen in de prijzen. De erkenning als streekproduct krijg je niet zomaar. Er moet voldaan worden aan strenge criteria. Een product dat lokaal geproduceerd wordt, op een hoeve of door een bakker, is niet voldoende. Het product moet ook echt een jarenlange traditie kennen en als streekeigen product bekend staan in de regio. Het gebak van Adriaan Brouwertaart uit Oudenaarde, de Gentse vlaai, de geuteling uit Elst (Brakel) en de Geraardsbergse mattentaart mogen voortaan zichzelf de titel van streekproduct toeëigenen, en dat is een hele eer.

De Adriaan Brouwertaart is een zeer klassieke frangipanne taart met een frisse toets door de toevoeging van wat ananas. Ze bestaat in kleine ovale vormen, als ronde taart voor 6 tot 10 personen of ze wordt, voor feestelijkheden, op grote platen gebakken. Vlaaien zijn pure traditie en het Oost-Vlaams kermisgebak bij uitstek. Het zijn vaak familiale recepten gebaseerd op de streektraditie en aangepast aan de familievoorkeuren. In de familie Steyaert eet men graag rozijnen, maar rozijnen zijn niet ieders favoriet. Nu wordt de vlaai met en zonder rozijnen verkocht. In het Gentse zelf kiest men voor smeuïge en licht gekruide vlaaien. De geuteling uit Elst is een traditionele  en stevige pannenkoek op basis van een eenvoudig gistdeeg. Het is de gewoonte dat men de geuteling best de dag na het maken eet: je warmt hem eenvoudig weg op op de stoofbuis of in de pan. De geutelingen bakken doet men in Brakel in februari rond de naamdag van de heilige Appolonia. Er vindt dan traditioneel een bedevaart plaats. Een warme geuteling zou een jaar lang beschermen tegen tandpijn, zo leert de volkswijsheid.

De Geraardsbergse mattentaart tot slot is zowat het meest befaamde streekproduct van Vlaanderen en zelfs van België. Het taartje heeft een eeuwenlange geschiedenis, vertegenwoordigde België op ettelijke feestelijkheden en werd zelfs vereeuwigd op een postzegel.
De lokale boeren, uit Geraardsbergen en Lierde, zorgen voor de matten: melk gestremd met karnemelk en een scheutje azijn. De bakkers verwerken de matten tot mattenspijs door de toevoeging van eieren, suiker en al dan niet amandelessence, om ze vervolgens als taartvulling te gebruiken.
De wortels van het Mattenatelier De Lekkerbek gaan terug tot 1966, toen vader en moeder Deneyer de bakkerij opstartten. Beiden afkomstig uit lokale boerenfamilies konden ze mattentaarten niet negeren in hun gebakgamma. Ondertussen groeide de bakkerij uit tot een van de grotere mattentaartbakkers. Peter Deneyer zweert bij een traditionele werkwijze volgens het ambacht.