GENT – Het gemiddelde netto jaarinkomen van de Oost-Vlaamse zelfstandige is de laatste vijf jaar met 11,6% gestegen. Dat is de hoogste procentuele stijging in heel Vlaanderen. Dat blijkt uit cijfers van meer dan 280 000 zelfstandigen die Sociaal Verzekeringsfonds Acerta onder de loep nam in 2011 en 2015.

Met een gemiddeld netto jaarinkomen van 32.390 euro in 2015 scoort de Oost-Vlaamse zelfstandige iets onder het nationale gemiddelde van 32.614 euro. De gemiddelden voor heel België tonen een stijging van 10,6% voor de hoofdberoeper. Met een stijging van 29.016 euro in 2011 naar 32.390 euro in 2015 doet Oost-Vlaanderen het in absolute cijfers minder goed, maar de procentuele stijging is wel hoger: 11,6%.

Koenraad De Lathouwer, regiomanager van Acerta Starters & Zelfstandigen: “Met ‘inkomen’ bedoelen we het netto beroepsinkomen, zijnde bruto min kosten min sociale bijdrage, maar wel het bedrag vóór belastingen. De stijging linken we aan de positief evoluerende conjunctuur, maar die verklaart niet alles. Ook de fiscale optimalisatie speelt ongetwijfeld een rol.”

Vrouwen en starters blijven achter

Vrouwelijke zelfstandigen verdienen nog steeds beduidend minder dan mannelijke: in Oost-Vlaanderen is dat 28.093 euro netto jaarinkomen voor de vrouwen tegenover 34.424 euro voor de mannen; een verschil van 17,7%.

“Waar de algemene trend is dat het inkomen van de vrouwelijke zelfstandige net iets sneller stijgt dan van haar mannelijke collega, waardoor de inkomenskloof kleiner wordt, geven onze cijfers aan dat dat in Oost-Vlaanderen niet het geval is. Tegenover de inkomensstijging van 12,1% voor de mannelijke Oost-Vlaamse zelfstandige, staat een stijging van 11,4% voor de vrouwen, waardoor de inkomenskloof hier niet kleiner maar net groter wordt.”  

De cijfers van Acerta over zelfstandigen in hoofdberoep tonen ook aan dat de oudste categorie (53-62 jaar) meer dan drie keer zoveel verdient als de jongste (-22 jaar): bij zelfstandigen in Oost-Vlaanderen is dat voor 2015 37.229 tegenover 11.438 euro.

Koenraad De Lathouwer: “Eén van de verklaringen voor de loonkloof tussen startende en oudere zelfstandigen is dat starters, zeker in vrije beroepen, zwaar moeten investeren in materiaal, hetgeen de inkomsten sterk doet dalen in de startfase. Een andere trigger zijn de jaren: zelfstandigen bouwen hun klantenportefeuille geleidelijk op. Een beginnende zelfstandige kan het dus wel moeilijk hebben, maar wie volhoudt mag uitkijken naar betere tijden.”