AALST – Het langdurig ziekteverzuim is in de 4 jaar van 2014 naar 2017 met 20% gestegen, dat stelt HR-dienstverlener Acerta vast na een analyse van de gegevens van werknemers in dienst bij meer dan 40.000 werkgevers. In Oost-Vlaanderen gingen in 2017 bijna 2,5% van de arbeidsuren verloren aan langdurig ziekteverzuim. Lang, middellang en kortstondig ziekteverzuim, het vreet aan de capaciteit van bedrijven.

Het hoogste percentage niet-gepresteerde werkbare uren komt van medewerkers die langer dan een jaar ziek zijn en dat percentage is de voorbije vier jaar blijven stijgen. Onlogisch is dat niet: iemand die langer dan een jaar ziek is en ziek blijft, blijft in de statistieken jaar na jaar meetellen. Dat maakt de realiteit er niet minder problematisch op.

Lieve De Cock, kantoordirecteur Aalst: ”Voor 2017 komen we voor Oost-Vlaanderen aan een percentage ziekteverzuim van meer dan 1 jaar van 2,48%. Een stijging met 22,24 % in 4 jaar tijd. In de categorie arbeiders werd in 2017 zelfs 4,02% van de uren niet gepresteerd wegens ziekte langer dan 1 jaar. Met de reglementering inzake re-integratie, in voege sinds 1 december 2016, zullen er hopelijk stilaan minder gevallen van langdurige ziekte bijkomen. Dit kan het begin zijn van een ommekeer. Voor de maatschappij is het belangrijk dat we een belangrijk deel van deze langdurig zieken kunnen reactiveren op de arbeidsmarkt. Daar zitten vast mensen bij die op een nieuwe, haalbare kans zouden ingaan als ze hiertoe aangemoedigd worden.”

Voltijdse werknemer 6 dagen per jaar kortstondig ziek

Het kortstondig ziekteverzuim, (minder dan 1 maand), is in Oost-Vlaanderen de voorbije 4 jaar met 3,26 % gestegen, van 2,18 % van alle werkbare uren naar 2,26 %, berekent Acerta. Vertaald in arbeidsdagen betekent dit dat gemiddeld elke voltijdse werknemer bijna 6 dagen per jaar kortstondig ziek is. Die cijfers van Oost-Vlaanderen zijn daarmee in lijn met de nationale percentages. Waar Oost-Vlaanderen wel afwijkt is in de verhouding kortstondig ziekteverzuim vs. leeftijd. Nationaal is het bij de werknemers tussen 30 en 35 jaar dat het korte ziekteverzuim het hoogste piekt. Niet zo in Oost-Vlaanderen. Hier blijft het percentage kort ziekteverzuim met de leeftijd geleidelijk stijgen om dan te pieken voor de leeftijdscategorie 50-54 jaar, met 2,39 % kortstondig ziekteverzuim.

“Hoe kort een kortstondig ziekteverzuim ook is, het is heel belangrijk voor werkgevers én leidinggevenden om bij elke ziektemelding alert te zijn. Want elke ziekteperiode begint met 1 dag, ook de langere. En als er iemand uitvalt, hoe kort ook, komt er meteen extra druk op het team en op de prestaties. Daar komt bij dat de financiële kost van kortstondig ziekteverzuim voor de werkgever is”, aldus De Cock.

Re-integratie-effect zichtbaar bij middellang ziekteverzuim?

Bij het middellang ziekteverzuim (langer dan een maand maar korter dan een jaar stellen we in Oost-Vlaanderen net zoals nationaal een bijna-stagnatie vast en dat niettegenstaande dat de beroepsactieve bevolking veroudert.

“Of dat het re-integratie-effect is?”, vraagt De Cock. “Zou kunnen. Sinds de overheid het re-integratietraject officialiseerde eind 2016, is er algemeen meer aandacht voor de impact van ziekteverzuim. En niet alleen voor de beoogde re-integratie, ook voor preventie. Bedrijven beginnen werk te maken van een aanwezigheidsbeleid. En ja, ze doen dat ook omdat ze wel moeten. De druk komt zeker niet alleen van de overheid, ook de krapte op de arbeidsmarkt verbiedt werkgevers te ‘morsen’ met talent. Een meerwaarde-medewerker, daar wil de werkgever wel wat moeite voor doen om die (aan het werk) te houden.”