0000000000000000000mbWinWinner, het platform dat ondernemers en investeerders  wil samenbrengen om een winwinlening af te sluiten, zet nu ook ondernemingen die actief zijn in de sociale economie in de kijker. Naast een sociaal economisch account biedt het platform bovendien een screening op maat aan. Die screening gebeurt onder leiding van ex-minister Jef Tavernier.

De winwinlening is het financieringsinstrument waarmee een particulier via een achtergestelde lening op 8 jaar tot 50.000 euro kan investeren in een op te richten of een bestaande onderneming. De onderneming kan zich tot maximaal 200.000 euro op die manier financieren. De intrest is wettelijk beperkt – momenteel tot 2,50% – maar de investeerder ontvangt ook een jaarlijks belastingvoordeel van 2,5% op zijn uitgeleend bedrag.
Bovendien geeft de Vlaamse Overheid een overheidswaarborg van 30%. Alles gebeurt onder toezicht van de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV),  De zelfstandige investeringsmaatschappij die investeert in het economische weefsel van Vlaanderen.

Het online platform WinWinner is een jaar geleden in Gent opgericht door student-ondernemer Matthias Browaeys en heeft al voor een aantal goede “matches” kunnen zorgen tussen ondernemers en financiers, die zich allebei op de site kunnen registreren.

“We vonden het dan ook tijd voor een nieuwe stap”, zegt Matthias Browaeys.   “Naast de doorlichting die we al doen van ondernemingen vooraleer hen een account te geven op ons platform, zodat ze daar ook door financiers kunnen worden gevonden, bieden we nu ook een screening aan voor ondernemingen die actief zijn in de zogenaamde sociale economie.  Zij  kunnen hiervoor een specifiek account en label krijgen, als ze goed scoren in een screening door een sociaal comité onder leiding van Jef Tavernier, de vroegere minister en politicus van Groen. Door de expertise van Jef Tavernier en zijn team zal WinWinner in staat zijn om een nieuw en aangepast aanbod voor te stellen waarbij opnieuw iedereen wint: de investeerder kan nog gerichter beleggen en de KMO’s kunnen groeien.”